24-02-05

Haeren (vóór 1921) - tekst anno 1935

Haeren.

Haeren, dat tegenwoordig ingelijfd is bij het grondgebied van Brussel, was eertijds een der bekoorlijkste dorpjes uit de omgeving van de hoofdplaats.

Van op den Huppelenberg, niet ver van Schaerbeek, reikte het oog tot St.-Geertruide-Machelen en had men een heerlijken kijk op het Zennedal dat de ganzenweide, waar de Hollebeek en de Beemtgracht doorheen kronkelden, van het dorp Haeren scheidde. Naast een mooie kerk; van Romaanschen oorsprong, net ineengedrongen toren, stonden er op een zekeren afstand van elkaar drie riddergoederen. Wij hebben ons de moeite getroost, de namen van de kasteelheeren die ze bewoonden op te zoeken. Langs den -Westkant kon men zonder moeite de kastelen van Heembeek zien, aan de andere zijde van het kanaal.

Vóór een dertigtal jaren kwam de nijverheid, eertijds een onbekende te Haeren, zich meester maken van de gronden gelegen langs de spoorlijn Brussel-Antwerpten. Fabrieken rezen als bij tooverslag uit den grond op en brachten met zich loodsen met windassen, zwarte schouwen, reuzenhopen afval en vele andere leelijkheden. Van den anderen kant ging het bestuur der spoorwegen over tot de onteigening van de groene ganzeweyde waar voortaan zijsporen gelegd werden, waar wagons, kolen, cokes en dergelijke schoonheden meer een plaatsje kregen. Dit verdringen van den landbouw door een snel opkomende nijverheid had als gevolg dat de kasteelheeren vluchtten en dat de arbeidersbevolking aangroeide. Thans is alle schoonheid in dit gedeelte van nieuw Brussel geweken en tevergeefs betreuren de kustenaars, en met hen alle liefhebbers van het landelijk schoon, het bekoorlijke Haeren uit vroegere tijden.


03:57 Gepost door Jan | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.